Mauro Peter werd geboren in Luzern en studeerde aan de Hochschule für Musik und Theater in München. In 2012 won hij zowel de eerste prijs als de publieksprijs op het Internationaal Robert Schumann Concours in Zwickau. Datzelfde jaar maakte hij zijn veelgeprezen lieddebuut op de Schubertiade in Schwarzenberg met Schuberts Die schöne Müllerin. Sindsdien keert hij er regelmatig terug en trad hij op in vooraanstaande concertzalen en operahuizen wereldwijd, waaronder Carnegie Hall in New York, de Berliner Philharmonie, het Brucknerhaus Linz, Het Concertgebouw Amsterdam, de Canadian Opera Company in Toronto, de Bayerische Staatsoper, de Opéra de Lyon, de Opéra national de Paris, het Royal Opera House in Londen, Teatro alla Scala in Milaan, Teatro Real in Madrid, Theater an der Wien, het Opernhaus Zürich en de Salzburger Festspiele.
Tot de hoogtepunten van de recente seizoenen behoren zijn roldebuut als Eisenstein in een semi-geënsceneerde uitvoering van Strauss’ Die Fledermaus in de Musikverein für Steiermark en zijn eerste vertolking van Loge in een concertante uitvoering van Wagners Das Rheingold met Concerto Köln onder leiding van Kent Nagano. Daarnaast verzorgde hij oudejaarsconcerten aan de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn onder Christian Thielemann, operetteconcerten met de Wiener Philharmoniker onder Franz Welser-Möst in de Wiener Musikverein en uitvoeringen van Bachs Mattheüspassie in zowel Het Concertgebouw Amsterdam als het Gewandhaus in Leipzig.
Op het operatoneel maakte hij zijn debuut als Max in Webers Der Freischütz tijdens de Bregenzer Festspiele en als de Prins in Prokofjevs De liefde voor drie sinaasappelen aan de Semperoper Dresden. In de Kioi Hall in Tokio trad hij op in een semi-geënsceneerde uitvoering van Mozarts Così fan tutte onder leiding van Trevor Pinnock. In zijn thuisbasis Zürich vertolkte hij de tenorpartij in een geënsceneerde uitvoering van Mendelssohns Elias.
Tot de hoogtepunten van het voorbije seizoen behoren zijn roldebuut als Loge in Wagners Das Rheingold aan de Opera van Keulen onder Marc Albrecht en zijn vertolking van Hans Zenders orkestrale versie van Schuberts Winterreise in Christian Spucks balletproductie aan de Staatsopera van Berlijn. Daarnaast toerde hij als Tamino in een semi-geënsceneerde versie van Mozarts Die Zauberflöte met de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen onder leiding van Tarmo Peltokoski. Diezelfde rol vertolkt hij in de zomer van 2026 tijdens het Festival d’Aix-en-Provence. In het seizoen 2026-2027 keert hij terug naar het Opernhaus Zürich voor John Adams’ Doctor Atomic en zingt hij opnieuw de rol van Loge in Das Rheingold met Concerto Köln en Kent Nagano.
Op het concertpodium is Mauro Peter regelmatig te horen in liedrecitals, onder meer op de Schubertiade Schwarzenberg, in Oper Frankfurt en de Wigmore Hall in Londen. Daarnaast zingt hij Mendelssohns Lobgesang met de Dresdner Philharmonie onder Martin Lehmann, Schumanns Das Paradies und die Peri onder Antonello Manacorda in Straatsburg, Händels Messiah onder Masato Suzuki, Bachs Mattheüspassie met Collegium Vocale Gent onder Philippe Herreweghe, Mendelssohns Die erste Walpurgisnacht met de Münchner Philharmoniker onder Andrés Orozco-Estrada en vervolgens Mahlers Das Lied von der Erde in Bordeaux.
Mauro Peter voelt zich bijzonder verbonden met het liedrepertoire. Met zijn gevarieerde recitalprogramma’s trad hij op in onder meer het Wiener Konzerthaus, de Pierre Boulez Saal in Berlijn, de Kölner Philharmonie, het Prinzregententheater in München, de Laeiszhalle Hamburg, het Verbier Festival, het Lucerne Festival, de Salzburger Festspiele en de Tokyo Bunka Kaikan. Vorig seizoen boekte hij samen met sopraan Louise Alder en pianist Joseph Middleton veel succes met Hugo Wolfs Italienisches Liederbuch in de Wigmore Hall en de Wiener Musikverein. In september 2026 brengt het trio deze liedcyclus opnieuw in Oper Frankfurt.
Na een live-opname van Schuberts Die schöne Müllerin in de Wigmore Hall verscheen in 2015 zijn debuutalbum voor Sony Classical met een selectie van Schuberts Goethe-liederen. In 2016 volgde een opname van Schumanns Dichterliebe en een selectie andere Schumann-liederen. Opnames van liederen van Gustav Mahler met pianist Joseph Middleton en Beethovens Negende Symfonie onder Antonello Manacorda vervolledigen zijn discografie.